ECLI:NL:RVS:2015:3200
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-naleving toezichtsvereiste bij aanvraag verblijfsvergunning regulier
Bij besluiten van 26 juli 2013 wees de staatssecretaris aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op aan vreemdeling 2. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdelingen niet voldeden aan het toezichtsvereiste, omdat zij zich sinds de peildatum van 27 juli 2010 langer dan drie maanden aaneengesloten aan het toezicht van de bevoegde instanties hadden onttrokken. De rechtbank had dit onjuist beoordeeld. Verder faalden de overige beroepsgronden, waaronder het beroep op het verbod van discriminatie, de toepassing van de hardheidsclausule en het beroep op het recht op respect voor het privéleven.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het inreisverbod werd eveneens gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.