ECLI:NL:RVS:2015:3201
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijke veiligheidssituatie Ogaden-regio
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af op 29 juli 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris verwees naar een ambtsbericht over de Ogaden-regio waarin werd gesteld dat onafhankelijk onderzoek aldaar niet mogelijk is, waardoor de vreemdeling onvoldoende bewijs kon leveren.
De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de staatssecretaris niet zonder nader onderzoek kon volstaan met het standpunt dat de vreemdeling niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning. De veiligheidssituatie in de Ogaden-regio was erkend als slecht en er was onvoldoende betrouwbare informatie over de mate van mensenrechtenschendingen en beschermingsmogelijkheden. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.