ECLI:NL:RVS:2015:3208
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen kantoorbezoek en dekenbezwaar Orde van Advocaten
Appellante werd door de Deken van de Orde van Advocaten Noord-Holland geïnformeerd over een gepland kantoorbezoek waarbij inzage in financiële en praktijkstukken werd gevraagd. Zij maakte bezwaar tegen dit bezoek, dat door de Deken niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens diende de Deken een dekenbezwaar in tegen appellante wegens grievende uitlatingen en weigering tot medewerking aan het kantoorbezoek, dat eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De voorzieningenrechter oordeelde dat het kantoorbezoek en het indienen van het dekenbezwaar feitelijke handelingen zijn die voortvloeien uit toezichthoudende taken en geen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht vormen.
Daarom was het bezwaar niet-ontvankelijk. Ook de beslissing van de Deken om het dekenbezwaar bij de raad van discipline in te dienen is geen besluit. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht was vastgesteld.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren tegen het kantoorbezoek en het dekenbezwaar en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.