ECLI:NL:RVS:2015:3224
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens niet-rechtsgeldige overeenkomsten
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst stelde het voorschot substantieel lager vast omdat de schriftelijke overeenkomsten tussen de ouder en het kindercentrum niet meer rechtsgeldig waren nadat de V.O.F. was omgezet in een eenmanszaak. De appellant voerde aan dat de overeenkomsten rechtsgeldig bleven omdat beide ouders deze hadden ondertekend en het ouderlijk gezag gezamenlijk werd uitgeoefend.
De Raad van State overwoog dat een houder van een kindercentrum als eenmanszaak niet met zichzelf als ouder een rechtsgeldige overeenkomst kan sluiten. Hoewel de andere ouder mede ondertekende, was dit niet in de hoedanigheid van ouder maar van houder. Hierdoor ontbrak een meerzijdige overeenkomst tussen verschillende partijen, een vereiste volgens het Burgerlijk Wetboek en de Wet kinderopvang.
Verder wees de Raad van State het betoog af dat andere bewijsstukken het ontbreken van een rechtsgeldige overeenkomst konden compenseren. Ook het standpunt dat de Belastingdienst onbehoorlijk had gehandeld door laat te reageren op de ongeldigheid van de overeenkomsten werd verworpen. De herziening van het voorschot was gegrond en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.