ECLI:NL:RVS:2015:3229
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor balkon ondanks privacybezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade verleende op 8 april 2014 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een balkon op een perceel te Kerkrade. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Limburg ongegrond werd verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat het bouwplan ten onrechte was getoetst aan de verkeerde planregel en dat het balkon een onevenredige inbreuk op zijn privacy zou maken, alsmede strijdig zou zijn met privaatrechtelijke bepalingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bouwplan terecht als onderdeel van het hoofdgebouw was aangemerkt en getoetst aan artikel 16.2.1 van het bestemmingsplan. De door appellant aangevoerde toetsing aan artikel 16.2.2, dat betrekking heeft op bijgebouwen, was niet van toepassing. Daarnaast stelde de Afdeling vast dat het bouwplan in overeenstemming was met de planregels en dat geen van de in artikel 2.10 van de Wabo genoemde weigeringsgronden zich voordeed.
Omdat de vergunningverlening niet in strijd was met de wettelijke voorschriften, was het college gehouden de vergunning te verlenen en was er geen ruimte voor een belangenafweging. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het balkon bevestigd.