ECLI:NL:RVS:2015:3231
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning ontgrondingswerkzaamheden wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland verleende op 9 september 2014 een vergunning aan [vergunninghoudster] voor ontgrondingswerkzaamheden ten behoeve van zandwinning aan de Ameliaweg te Westdorpe. Innovarec B.V., een nabijgelegen afvalverwerkingsbedrijf, stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het besluit in strijd was met het bestemmingsplan en dat zij als belanghebbende moest worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat Innovarec wel degelijk belanghebbende is, omdat zij haar bedrijfsactiviteiten uitoefent op gronden nabij de ontgrondingslocatie en zij vreesde voor stofhinder. De gewijzigde motivering van het college was geen nieuw besluit en kon daarom worden betrokken bij de beoordeling.
De Afdeling stelde vast dat het college bij het besluit ten onrechte uitging van overeenstemming met het bestemmingsplan, terwijl de ontgronding feitelijk in strijd was met de bestemming "Groenvoorzieningen" en de subbestemming "voormalige vuilstort". Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 10, zesde lid, van de Ontgrondingenwet en moest het worden vernietigd. Desondanks bleven de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege een latere omgevingsvergunning die de strijdigheid opheft. Verder oordeelde de Afdeling dat het college zorgvuldig had gehandeld ten aanzien van de procedurele aspecten en dat de vergunningvoorschriften adequaat waren. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Innovarec.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.