ECLI:NL:RVS:2015:3233
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- N. Verheij
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit openbaarmaking inspectierapporten EuroPort Business School
De zaak betreft het hoger beroep van EuroPort Business School tegen het besluit van 24 maart 2014 van de Inspecteur-Generaal van het Onderwijs tot openbaarmaking van twee inspectierapporten over het toelatingsbeleid van de school. De rechtbank had het beroep van EuroPort ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De kern van het geschil is of de openbaarmaking van de rapporten uitsluitend aan de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) moet worden getoetst, of ook aan de weigeringsgronden van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Inspecteur-Generaal stelde dat de WOT een bijzondere, uitputtende regeling is die de Wob uitsluit, maar de Afdeling oordeelt dat dit niet het geval is. De openbaarmaking moet ook aan de Wob worden getoetst.
Hoewel de openbaarmaking nadelige gevolgen kan hebben voor de instelling, betekent dit niet automatisch dat openbaarmaking moet worden geweigerd. De Afdeling stelt dat de Inspecteur-Generaal zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de openbaarmaking niet leidt tot een onevenredige benadeling. De inhoud van de rapporten kan in een civiele procedure worden aangevochten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van 24 maart 2014 wegens het niet betrekken van de Wob-weigeringsgronden, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Tevens wordt de Inspecteur-Generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan EuroPort Business School.
Uitkomst: Het besluit tot openbaarmaking van de inspectierapporten wordt vernietigd wegens het niet betrekken van de Wob-weigeringsgronden, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.