ECLI:NL:RVS:2015:3234
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing pand als gemeentelijk monument wegens vooringenomenheid en onvoldoende belangenafweging
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West wees op 11 juni 2013 het pand aan de Johan Huizingalaan 91 aan als gemeentelijk monument. KAV Holding B.V., eigenaar van het pand, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 18 februari 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van KAV Holding ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het bestuursorgaan het advies van een adviseur, V.T. van Rossem van het Bureau Monumenten en Archeologie, niet had mogen gebruiken omdat deze adviseur de schijn van vooringenomenheid had gewekt door publiekelijk positief te spreken over de belanghebbende Erfgoedvereniging Heemschut, die het monumentenverzoek had ingediend. Daarnaast was het besluit in strijd met artikel 3:4 Awb Pro omdat het bestuursorgaan onvoldoende inzichtelijk had gemaakt waarom het algemeen belang bij aanwijzing zwaarder woog dan het financiële belang van KAV Holding.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het algemeen bestuur een nieuw besluit moet nemen waarbij een onafhankelijke adviseur wordt betrokken en een zorgvuldige belangenafweging wordt gemaakt. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tot slot werd het algemeen bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van KAV Holding.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument wordt vernietigd en het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen met een onafhankelijke adviseur en zorgvuldige belangenafweging.