ECLI:NL:RVS:2015:3260
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens procedurefout
De staatssecretaris heeft op 11 november 2014 een besluit genomen tot intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en een inreisverbod van tien jaar tegen de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat het besluit van 11 november 2014 ten onrechte zag op de intrekking van een verblijfsvergunning die reeds op 29 maart 2011 was ingetrokken en dat de staatssecretaris zonder een terugkeerbesluit een inreisverbod had uitgevaardigd, hetgeen niet is toegestaan volgens de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze procedurefout niet onderkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het besluit van de staatssecretaris ongedaan gemaakt vanwege een fundamentele procedurele tekortkoming.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.