ECLI:NL:RVS:2015:3265
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel Hazara uit Afghanistan
De minister heeft op 27 juli 2012 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling, behorend tot de Hazara-bevolkingsgroep uit Afghanistan, stelde dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU en hield de zaak aan. Na beantwoording van deze vragen werd het onderzoek gesloten.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 27 juli 2012 een besluit van gelijke strekking was als het eerdere besluit van 18 oktober 2010. Er waren geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een toetsing door de rechter rechtvaardigden. Het rapport over de positie van de Hazara in Afghanistan bracht geen wezenlijke verslechtering aan het licht.
Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van de minister ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.