ECLI:NL:RVS:2015:3268
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering risico marteling bij terugkeer naar Turkije
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 20 juni 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het algemeen ambtsbericht inzake Turkije van februari 2012 als basis nam, terwijl onduidelijk is of de daarin genoemde verbeteringen ook gelden voor veroordeelden wegens terreurmisdrijven, zoals hijzelf. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling geen reëel risico op marteling loopt, mede vanwege de onduidelijkheid over de detentieomstandigheden voor zijn specifieke groep.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit tot het inreisverbod en het vonnis van de rechtbank voor zover het het inreisverbod betrof. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het ontbreken van een reëel risico op marteling.