ECLI:NL:RVS:2015:3273
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet-naleving vaartijdenboek Binnenvaartwet
De minister legde aan appellant een bestuurlijke boete van €1.890,- op wegens zeven overtredingen van regels uit de Binnenvaartwet omtrent het vaartijdenboek. Appellant voerde onder meer aan dat hij als schipper niet als gezagvoerder kon worden aangemerkt, dat de boete onterecht was wegens eendaadse samenloop, en dat de boete onevenredig hoog was gezien zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat de begrippen schipper en gezagvoerder gelijkgesteld zijn en dat appellant het gezag voerde over het schip. De overtredingen betroffen het niet tijdig en correct invullen van verschillende kolommen in het vaartijdenboek volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn.
De Raad oordeelt dat de afzonderlijke overtredingen geen doublures zijn en dat de boete terecht is opgelegd zonder strijd met het verbod van willekeur. Ook is de hoogte van de boete proportioneel gelet op het belang van de veiligheid van de vaart en de wettelijke bepalingen. De persoonlijke omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen matiging. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.890,- wordt bevestigd.