ECLI:NL:RVS:2015:3287
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door uitlening zonder vergunning
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 12 december 2013 een boete van €9.500 op aan een werkgever wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De werkgever maakte bezwaar tegen de boete, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever deels gegrond door het deel van de boete van €1.500 wegens overtreding van artikel 15 Wav Pro te vernietigen.
Zowel de minister als de werkgever stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 2 juni 2015. De minister voerde aan dat de werkgever geen kopie van het identiteitsbewijs van de vreemdeling aan de inlener had verstrekt, wat de rechtbank niet bewezen achtte. De Raad volgde de rechtbank hierin en wees het beroep van de minister af.
De werkgever verzocht om matiging van de boete, onder meer vanwege financiële omstandigheden en het idealistische karakter van het bedrijf. De Raad oordeelde dat de overtreding haar wel kan worden verweten en dat de boete passend is, mede omdat ook aan de inlener een boete is opgelegd en beide ondernemingen afzonderlijk kunnen worden beboet. De financiële onderbouwing was onvoldoende om matiging te rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en legde een griffierecht van €493 op. Er werd geen aanleiding gezien om de boete te verminderen of het besluit van de minister te vernietigen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €9.500 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst de hoger beroepen af.