ECLI:NL:RVS:2015:3290
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gemeentelijke schuldhulpverlening en afwijzing schadevergoeding
Appellant nam deel aan een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject dat per 15 oktober 2013 werd beëindigd wegens het niet aanleveren van gevraagde gegevens voor hercontrole. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze beëindiging niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet en niet aan de inhoud toekwam. De Raad van State oordeelde dat het college het besluit van 22 oktober 2013 hangende bezwaar had ingetrokken en het schuldhulpverleningstraject voortzette tot een definitief besluit in mei 2014. Hierdoor was het bezwaar tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en had appellant geen belang meer bij het bezwaar.
Verder verwierp de Raad van State de stelling dat het recht op een eerlijk proces en gelijke behandeling was geschonden, omdat appellant niet had toegelicht hoe deze rechten waren aangetast. Ook wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af, omdat appellant geen schade had geleden door het vernietigde besluit en het verzoek niet samenhing met een bestreden besluit.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank voor zover aangevallen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.