ECLI:NL:RVS:2015:3297
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag naar nihil wegens onvoldoende bewijs kostenbetaling
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 herzien en vastgesteld op nihil, omdat appellant niet kon aantonen dat hij de volledige kosten van de kinderopvang had betaald. Appellant sloot een overeenkomst met een gastouderbureau, waarbij geen bemiddelingskosten verschuldigd waren en het voorschot rechtstreeks aan het gastouderbureau werd uitbetaald. Uit de jaaropgaven bleek dat appellant zelf geen betalingen had gedaan.
Appellant voerde aan dat de kosten via verrekening met het salaris van zijn echtgenote, die voor het gastouderbureau werkte, waren voldaan. Dit werd echter niet onderbouwd met schriftelijke afspraken of bewijs van verrekening. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond de kosten daadwerkelijk te hebben gedragen.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af. De Afdeling benadrukt dat volgens de wet en vaste rechtspraak alleen aanspraak op kinderopvangtoeslag kan worden gemaakt indien de kosten daadwerkelijk door de aanvrager zijn gemaakt en betaald. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt bevestigd op nihil.