ECLI:NL:RVS:2015:330
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.C.M.A. Michiels
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en aanpassing bestemmingsplan Bos en Vaartschool wegens onduidelijkheid gebruik schoolpleinen
De raad van de gemeente Haarlem stelde op 5 september 2013 het bestemmingsplan Bos en Vaartschool vast, waarin de uitbreiding van de school aan een locatie in Haarlem werd geregeld. Appellanten maakten bezwaar tegen het plan en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerden onder meer aan dat de raad onvoldoende had onderzocht of alternatieve locaties beschikbaar waren, dat het akoestisch onderzoek onvolledig was, dat de voorwaardelijke verplichtingen onduidelijk en onvoldoende handhaafbaar waren, en dat het plan zou leiden tot aantasting van het beschermd stadsgezicht en tot parkeer- en verkeersproblemen.
De Afdeling oordeelde dat de raad zich terecht op het standpunt had gesteld dat de bestaande schoollocatie legaal was en dat alternatieve locaties niet beschikbaar of geschikt waren. Het akoestisch onderzoek was zorgvuldig uitgevoerd en voldeed aan de geldende normen. De voorwaardelijke verplichtingen waren voldoende duidelijk en handhaafbaar, met uitzondering van artikel 4, lid 4.3, onder f, dat alleen verhuur van de schoolpleinen aan het verenigingsleven verbood, maar niet het gebruik daarvan. Dit was in strijd met de zorgvuldigheid en werd vernietigd en aangepast tot een verbod op gebruik ten behoeve van verenigingsleven.
Verder concludeerde de Afdeling dat het plan geen onaanvaardbare aantasting van privacy, verkeersveiligheid, brandveiligheid of monumentale bomen veroorzaakte en dat het beschermd stadsgezicht voldoende was gewaarborgd. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit voor zover het artikel 4, lid 4.3, onder f, betreft.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is vernietigd en aangepast voor het gebruik van de schoolpleinen ten behoeve van verenigingsleven; overige bezwaren zijn ongegrond verklaard.