ECLI:NL:RVS:2015:3301
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor onrechtmatig gebruik recreatieverblijf als huisvesting medewerker
Het college van burgemeester en wethouders van Borsele legde op 7 augustus 2012 aan appellanten een last onder dwangsom op om het gebruik van een recreatieverblijf als huisvesting van een medewerker binnen twee maanden te beëindigen. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het besluit niet aan hen was bekendgemaakt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De Raad van State oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit per aangetekende en gewone post aan appellanten was verzonden en daarmee tijdig bekendgemaakt. De termijn voor het indienen van bezwaar was dan ook correct vastgesteld.
Daarnaast betwistten appellanten dat sprake was van overtreding en het verbeuren van de dwangsom, omdat de aangetroffen persoon in de recreatiewoning niet als arbeidsmigrant kon worden aangemerkt en de woning recreatief werd gebruikt. De Raad van State stelde vast dat de persoon een medewerker was die regelmatig in de woning verbleef en dat het gebruik niet recreatief was. De last onder dwangsom was terecht opgelegd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.