ECLI:NL:RVS:2015:3308
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Boerenweteringgarage 2013 wegens gebrekkige grondwatermotivering
De raad van de gemeente Amsterdam stelde op 25 september 2013 het bestemmingsplan Boerenweteringgarage 2013 vast. Hiertegen werd beroep ingesteld door twee groepen appellanten uit Amsterdam. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het plan was vastgesteld in strijd met de Algemene wet bestuursrecht, omdat de raad onvoldoende inzichtelijk had gemaakt wat de gevolgen van het plan zijn voor het grondwater en de bouwmogelijkheden onvoldoende had gemotiveerd.
De raad stelde het plan op 1 juli 2015 gewijzigd vast, waarbij onder meer een aanvullend grondwateronderzoek werd toegevoegd. De Afdeling beoordeelde dat de wijzigingen en het aanvullende onderzoek voldoende waren om de gebreken te herstellen. De beroepen tegen het oorspronkelijke besluit werden gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de beroepen tegen het gewijzigde besluit werden ongegrond verklaard.
De appellanten voerden onder meer aan dat het plan rechtsonzeker was en dat de gevolgen voor het grondwater onvoldoende waren onderkend, met name het risico op schade aan funderingen tijdens de bouwfase. De Afdeling oordeelde dat de raad in redelijkheid had kunnen concluderen dat het plan uitvoerbaar is en dat de maatregelen zoals monitoring en technische voorschriften voldoende zijn. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een voorwaardelijke verplichting in het plan niet onzorgvuldig was.
De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan een van de appellantengroepen. De Afdeling verklaarde bepaalde beroepen niet-ontvankelijk en wees de overige beroepen af of verklaarde ze gegrond conform de hierboven beschreven uitkomst.
Uitkomst: Het oorspronkelijke bestemmingsplan wordt vernietigd, het gewijzigde plan wordt gehandhaafd en de raad wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.