ECLI:NL:RVS:2015:3325
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling als werknemer bij au pair-verblijf en onrechtmatige legesheffing
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan als au pair. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij als werknemer moet worden aangemerkt volgens het Unierecht en dat het mvv-vereiste niet als zelfstandige afwijzingsgrond mag gelden.
De Raad van State overwoog dat het begrip werknemer in het Unierecht ruim wordt uitgelegd en dat de werkzaamheden van een au pair, waaronder 30 uur per week licht huishoudelijk werk onder gezag van het gastgezin, voldoen aan de criteria van een arbeidsverhouding. Hierdoor valt de vreemdeling onder artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80, dat beperkingen op de toegang tot werkgelegenheid verbiedt.
Verder oordeelde de Raad dat het door de vreemdeling betaalde legesbedrag van €600,00 onevenredig hoog was in vergelijking met het aangepaste tarief van €43,00 voor Turkse werknemers. Dit vormde eveneens een verboden beperking. De Raad vernietigde het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, waarmee de vreemdeling in het gelijk werd gesteld en het eerdere besluit werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 13 van besluit nr. 1/80 en onrechtmatige legesheffing.