ECLI:NL:RVS:2015:3341
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens onrechtmatig gebruik woning als pension
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde appellant een bestuurlijke boete van €7.500 op wegens overtreding van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet en artikel 3.1.2, aanhef en onder a, van de Regionale huisvestingsverordening. Tevens werd een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van de woning als pension te staken.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant voerde onder meer aan dat de woning als zelfstandige woonruimte werd verhuurd en dat het proces-verbaal onjuist was, onder meer omdat de verklaringen van de huurders niet betrouwbaar zouden zijn.
De Raad van State oordeelde dat het college en de rechtbank terecht uitgingen van de juistheid van het op ambtsbelofte opgestelde proces-verbaal en de daarin opgenomen verklaringen. De stellingen van appellant waren onvoldoende onderbouwd om hiervan af te wijken. Het college was bevoegd de boete en last onder dwangsom op te leggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete en last onder dwangsom bevestigd.