ECLI:NL:RVS:2015:336
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing nadeelcompensatie aanpassing fietstunnel
De minister wees het verzoek van appellant om nadeelcompensatie wegens de aanpassing van een fietstunnel af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de aanpassing voorzienbaar was en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de geleden schade.
De minister vroeg advies aan een schadecommissie, die concludeerde dat de schade door de aanpassing van de fietstunnel tot het normaal ondernemersrisico behoort en niet vergoed wordt. Appellant voerde aan dat de aanpassing onvoorzien was, onveiligheid veroorzaakte en dat de financiële gevolgen onevenredig waren. Ook stelde appellant dat de schade door werkzaamheden aan de tunnel voor vergoeding in aanmerking moet komen.
De Afdeling oordeelde dat de minister zich terecht baseerde op het advies van de schadecommissie en dat de schade binnen het normaal ondernemersrisico valt. Ook de schade door de werkzaamheden werd als normaal ondernemersrisico beoordeeld. Het beroep tegen het besluit van 3 december 2014 werd ongegrond verklaard.
Verder werd appellant een vergoeding toegekend voor deskundigenkosten en proceskosten, en werd het griffierecht vergoed. De eerdere uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 mei 2013 werden vernietigd voor zover zij de voorzienbaarheid van de aanpassing van de fietstunnel betreffen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 3 december 2014 wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen nadeelcompensatie te verlenen.