ECLI:NL:RVS:2015:3362
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen niet-behandeling Wob-verzoek wegens ontbreken zaaknummers
De appellant verzocht de korpschef op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om documenten die ten grondslag lagen aan administratieve sancties. De korpschef stelde dat het verzoek niet in behandeling kon worden genomen zonder de vermelding van de politiezaaknummers en gaf de appellant de gelegenheid deze binnen een termijn aan te leveren. De appellant stuurde de zaaknummers echter niet conform de gestelde voorwaarden, waardoor de korpschef het verzoek niet in behandeling nam en een verzoek tot toekenning van een dwangsom afwees.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:5 Awb Pro het verzoek niet hoefde te behandelen indien de verstrekte gegevens onvoldoende waren, mits de appellant de gelegenheid had gehad het verzoek aan te vullen. Het ontbreken van de zaaknummers maakte het verzoek onvoldoende voor beoordeling. De Afdeling oordeelde dat de korpschef terecht het verzoek niet in behandeling had genomen en dat de appellant geen rechtsgeldige ingebrekestelling had gedaan.
De Afdeling verwierp ook het betoog dat het besluit van 28 mei 2014 onbevoegd was genomen omdat het door dezelfde ambtenaar zou zijn genomen als het besluit van 3 maart 2014. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.