ECLI:NL:RVS:2015:3367
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks overgangsmaatregelen EU
De zaak betreft een boete van €9.500,- opgelegd aan appellant wegens het laten verrichten van arbeid door een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 en Pro 15 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellant stelde dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat de boete in strijd was met EU-recht, waaronder artikel 20 en Pro 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de overgangsmaatregelen voor Bulgaarse werknemers.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onder gezag van het bedrijf werkte en de overeenkomst eerder kenmerken van een arbeidsovereenkomst vertoonde dan van een zelfstandige opdracht. De overgangsmaatregelen van Bijlage VI bij de Toetredingsakte Bulgarije rechtvaardigden de voortzetting van de vergunningplicht tot 1 januari 2014. De Raad verwierp het beroep op het arrest Ruiz Zambrano en het betoog dat de boete in strijd was met het beginsel van voorrang voor EU-werknemers boven derdelanders.
Ook het beroep op het lex-certabeginsel faalde omdat appellant onvoldoende had voldaan aan de verplichtingen om de identiteit van de vreemdeling vast te stellen en een afschrift van het identiteitsdocument in de administratie op te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de motieven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €9.500,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst het hoger beroep af.