ECLI:NL:RVS:2015:3370
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks overgangsmaatregelen EU-vrij verkeer
De minister legde [appellante] een boete van €9.500 op wegens het laten verrichten van arbeid door een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen van diens identiteit volgens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
[Appellante] voerde aan dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat de boete in strijd was met EU-recht, waaronder artikel 20 VWEU Pro en de overgangsmaatregelen voor Bulgaarse werknemers. De rechtbank had echter geoordeeld dat sprake was van een gezagsverhouding en dat de vergunningplicht terecht was gehandhaafd tot 1 januari 2014.
De Raad van State oordeelde dat de verklaringen en feitelijke omstandigheden wezen op een arbeidsovereenkomst en niet op zelfstandigheid. Tevens werd bevestigd dat Nederland binnen de beoordelingsruimte van het Unierecht handelde door de overgangsmaatregelen voort te zetten en dat de boete niet in strijd was met het beginsel van voorrang voor EU-onderdanen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €9.500 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.