ECLI:NL:RVS:2015:3378
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Herroeping lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer na onjuiste vaststelling rijden onder invloed
Appellant werd door de politie aangehouden wegens vernieling en bleek een ademalcoholgehalte van 360 µg/l te hebben, hoger dan toegestaan voor bestuurders. Het CBR legde hem daarop een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer (LEMA) op. Appellant stelde dat hij pas na het rijden alcohol had gedronken en dat hij ten onrechte was gestraft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het CBR mocht aannemen dat appellant met het hoge alcoholgehalte had gereden, mede op basis van verklaringen van getuigen en processen-verbaal. De Raad van State oordeelde echter dat het CBR niet aannemelijk had gemaakt dat appellant daadwerkelijk met dat alcoholgehalte had deelgenomen aan het verkeer. De processen-verbaal vermeldden namelijk niet dat appellant was aangehouden vanwege rijgedrag, maar vanwege vernieling.
De Raad van State overwoog dat het drinken van alcohol na deelname aan het verkeer in deze zaak niet voor risico van appellant komt, omdat hij niet kon voorzien dat een ademtest zou volgen. Jurisprudentie die het tegenovergestelde stelt, was hier niet van toepassing. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het CBR vernietigd en het oorspronkelijke besluit herroepen. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot oplegging van een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer is vernietigd en herroepen omdat niet is vastgesteld dat appellant met een te hoog alcoholgehalte heeft gereden.