ECLI:NL:RVS:2015:3392
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing betalingsregeling kinderopvangtoeslag wegens onterecht onthouden regeling
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen de terugvordering van teveel ontvangen kinderopvangtoeslag over 2011 ongegrond werd verklaard. De Belastingdienst/Toeslagen had een betalingsregeling vastgesteld waarbij de schuld binnen 24 maanden moest worden voldaan, omdat zij meende dat de terugvordering te wijten was aan opzet of grove schuld van [appellante].
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat voor de periode van 6 juni tot 3 oktober 2011 sprake was van grove schuld, omdat [appellante] een te hoog voorschot ontving en zij vermoedde dat er iets niet klopte maar geen actie ondernam. Voor de periode van 3 oktober tot en met 31 december 2011 was echter onvoldoende bewijs voor opzet of grove schuld, mede omdat de aanvraag door een medewerker van de opvang werd gedaan en [appellante] de Nederlandse taal niet machtig was.
Daarom vernietigt de Afdeling het besluit van de Belastingdienst voor het deel dat de persoonlijke betalingsregeling werd onthouden voor de periode vanaf 3 oktober 2011 en stelt dat een nieuwe regeling moet worden getroffen met een lager maandbedrag. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Afdeling bepaalt dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij haar, wat de procedure efficiënt maakt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het onthouden van een persoonlijke betalingsregeling over de periode 3 oktober tot en met 31 december 2011 en de Belastingdienst wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.