ECLI:NL:RVS:2015:3393
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek persoonlijke betalingsregeling na terugvordering kinderopvangtoeslag
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, waarin het beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot persoonlijke betalingsregeling door de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond werd verklaard. De Belastingdienst had het verzoek afgewezen omdat de terugvordering van kinderopvangtoeslag te wijten was aan opzet of grove schuld van appellant of haar partner.
Appellant stelde dat het besluit van 12 juni 2014, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, haar nooit had bereikt en dat de rechtbank daardoor ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard. De rechtbank had echter het beroep ontvankelijk verklaard, maar ongegrond omdat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit van 13 september 2013 en geen verschoonbare termijnoverschrijding was vastgesteld.
Appellant voerde verder aan dat zij regelmatig post niet of niet tijdig ontvangt en dat eerdere verzoeken tot betalingsregeling door de Belastingdienst waren kwijtgeraakt. Zij kon echter geen bewijs overleggen van een eerder ingediend verzoek binnen de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarformulier van 25 april 2014 terecht als bezwaarschrift werd aangemerkt, maar dat dit na de termijn was ingediend.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.