ECLI:NL:RVS:2015:340
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving steiger in strijd met bestemmingsplan
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het plaatsen van een steiger in de achtertuin van een woning te Rotterdam af. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Rotterdam ongegrond verklaard. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De steiger was geplaatst in strijd met de bestemming "Water I" uit het bestemmingsplan "Molenlaankwartier" en zonder de vereiste vergunningen. Het college had daarom bevoegdheid tot handhaving. De rechtbank had geoordeeld dat het college terecht van handhaving had afgezien wegens onevenredigheid, maar de Afdeling constateerde dat deze overwegingen niet in het besluit op bezwaar waren opgenomen en dat de rechtbank buiten de geschilomvang was getreden.
De Afdeling oordeelde dat geen sprake was van een overtreding van geringe aard of ernst en dat het langdurig aanwezig zijn van de steiger geen bijzondere omstandigheid is om van handhaving af te zien. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college om niet handhavend op te treden tegen de steiger wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.