ECLI:NL:RVS:2015:3403
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bij niet-tijdig beslissen
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland waarin de staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €122,50. De zaak betrof een dwangsom wegens niet-tijdig beslissen door de staatssecretaris.
De staatssecretaris had het bezwaar van appellant eerst ongegrond verklaard, maar later alsnog gegrond verklaard en de dwangsom vastgesteld. Appellant trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om proceskostenvergoeding. De rechtbank kende een beperkte vergoeding toe op basis van een wegingsfactor 0,25 (zeer licht).
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding had toegekend voor de kosten van het bezwaar en dat de wegingsfactor te laag was vastgesteld gezien de bewerkelijkheid van de zaak. De Raad van State oordeelde dat de vergoeding voor kosten van bezwaar bij besluit op bezwaar wordt toegekend en dat appellant geen grond had om vergoeding daarvan te vorderen bij de rechtbank. Tevens is de wegingsfactor van 0,25 passend omdat de zaak zich beperkte tot de beoordeling van overschrijding van de beslistermijn en verbeurde dwangsom, wat een licht gewicht aangeeft.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.