ECLI:NL:RVS:2015:3412
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af vanwege haar medische situatie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van haar medische toestand in Somalië.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de medische situatie in Somalië als uitgangspunt nam in plaats van de situatie in Nederland. De Raad van State overwoog dat volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens alleen bij een direct levensbedreigende ziekte die vrijwel direct tot de dood leidt, uitzetting in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
Het medisch advies vermeldde dat de ziekte van de vreemdeling niet direct levensbedreigend was, maar dat het staken van behandeling binnen drie maanden tot de dood zou leiden. De Raad concludeerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat uitzetting niet zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling kan opnieuw een aanvraag indienen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 voor uitstel van vertrek vanwege haar gezondheidstoestand.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.