ECLI:NL:RVS:2015:3415
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onderdak en leefgeld vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had een verzoek van een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf om onderdak en leefgeld te verstrekken afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de brief waarin onderdak werd aangeboden in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was, maar een feitelijke handeling die gelijkgesteld moest worden met een besluit krachtens de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank was bevoegd om hierover te oordelen.
De Raad van State overwoog dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Sociaal Handvest niet zonder meer een algemene verplichting opleggen om vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf opvang te bieden, maar dat in bijzondere gevallen, zoals bij psychische problemen, wel een verplichting kan ontstaan. De staatssecretaris had onvoldoende onderzocht of bijzondere omstandigheden bestonden die het opleggen van de voorwaarde tot medewerking aan vertrek onredelijk maakten. Daarom bevestigde de Raad van State de vernietiging van het besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.