ECLI:NL:RVS:2015:3429
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling kinderopvangtoeslag op nihil wegens niet betaalde kosten
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag voor appellant voor de jaren 2010 en 2011 definitief op nihil vast, omdat zij geen daadwerkelijke kosten voor kinderopvang had gemaakt. Appellant had bezwaar gemaakt en aangevoerd dat zij niet tijdig kon betalen vanwege onbekendheid met de betalingsverplichting en het faillissement van het kinderopvangbureau.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat alle verschuldigde kosten voor kinderopvang daadwerkelijk ten tijde van de opvang of kort daarna voldaan moeten zijn, zodat de Belastingdienst tijdig het recht op toeslag kan vaststellen.
De omstandigheden dat appellant pas in 2012 op de hoogte was van haar betalingsverplichting en dat het kinderopvangbureau failliet ging, leiden niet tot een ander oordeel. Ook het feit dat de Belastingdienst na het faillissement nog betalingen aan het bureau deed, is onvoldoende om de vaststelling op nihil te wijzigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vaststelling van de kinderopvangtoeslag op nihil wegens het niet tijdig voldoen van de kosten.