ECLI:NL:RVS:2015:3451
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen terugvordering kinderopvangtoeslag wegens termijnoverschrijding
De Belastingdienst/Toeslagen kende op 23 april 2013 een voorschot kinderopvangtoeslag toe aan appellante, maar stelde dit voorschot op 21 mei 2013 op nihil en vorderde het reeds betaalde bedrag terug. Appellante maakte bezwaar tegen het eerste besluit, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep af.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij tijdig bezwaar had gemaakt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat bezwaar niet nodig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat appellante na ontvangst van de terugvorderingsbesluiten redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zij bezwaar moest maken en dit niet tijdig deed.
Verder faalden haar betogen dat afspraken met een medewerker van de Belastingdienst de ontvankelijkheid van het bezwaar zouden beïnvloeden, omdat ontvankelijkheid uitsluitend aan de wettelijke bepalingen wordt getoetst. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding en wijst het hoger beroep af.