ECLI:NL:RVS:2015:3455
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar de staatssecretaris wees dit verzoek af omdat appellant zijn identiteit en nationaliteit niet kon aantonen en niet aannemelijk maakte dat hij in bewijsnood verkeerde. Appellant, behorend tot de Rohingya minderheid in Myanmar, stelde dat hij geen gelegaliseerde geboorteakte of geldig paspoort kon verkrijgen vanwege de politieke situatie en discriminatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij in bewijsnood verkeerde, mede omdat hij geen gelegaliseerde documenten kon overleggen en de authenticiteit van de familiekaart werd betwijfeld. Ook was niet aannemelijk dat hij geen professionele hulp kon inschakelen of zelf naar Myanmar kon reizen.
Verder werd geoordeeld dat artikel 8 EVRM Pro geen recht op verkrijging van nationaliteit geeft en dat geen sprake was van willekeur of schending van het evenredigheidsbeginsel. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.