ECLI:NL:RVS:2015:3458
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling gastouderkosten
Appellante maakte in 2009 gebruik van kinderopvang via twee gastouderbureaus, waarbij alleen de kosten via gastouderbureau A in geschil zijn. De Belastingdienst/Toeslagen stelde vast dat appellante niet volledig had aangetoond dat zij alle kosten van deze opvang daadwerkelijk had betaald en vorderde teveel betaalde voorschotten terug.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit van de Belastingdienst vanwege het ontbreken van een hoorzitting, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand omdat appellante onvoldoende bewijs over de volledige betaling leverde. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel degelijk recht had op toeslag en dat bankafschriften en contante betalingen dit zouden aantonen.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle kosten heeft voldaan. De bankafschriften tonen betalingen aan van circa €2.765, terwijl de totale kosten ruim €6.800 bedroegen. Contante betalingen konden niet worden bewezen door kwitanties. Ook een verklaring van de gastouder werd niet als zelfstandig bewijs erkend. De terugvordering van teveel betaalde toeslag is daarom terecht.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van teveel betaalde kinderopvangtoeslag bevestigd.