ECLI:NL:RVS:2015:3471
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Tamils uit Sri Lanka
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 28 maart 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De Afdeling oordeelde dat het ambtsbericht van oktober 2014 over Sri Lanka geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt ten opzichte van het eerdere ambtsbericht van juni 2013. Dit betekent dat de veiligheidssituatie voor terugkerende Tamils niet wezenlijk is verslechterd. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat herhaalde besluiten van gelijke strekking niet opnieuw kunnen worden getoetst, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn.
De vreemdeling kon geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoeren die tot vernietiging van het besluit zouden leiden. Ook was er geen relevante wijziging van het recht. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep tegen het besluit van 28 maart 2015 werd alsnog ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 november 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.