ECLI:NL:RVS:2015:3474
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en beoordeling hoger beroep tegen opheffing bewaring
Bij besluit van 2 juli 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 17 juli 2015 het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen geobjectiveerd redelijk vermoeden was van illegaal verblijf op het moment van staandehouding op 1 juli 2015. De staatssecretaris had voldoende feiten om een voortduring van illegaal verblijf aan te nemen. Daarnaast faalden de bezwaren van de vreemdeling over ongeoorloofd onderscheid en het ontbreken van een verhoor tijdens ophouding.
Ook is geoordeeld dat de staatssecretaris de medische omstandigheden van de vreemdeling voldoende heeft betrokken bij de beslissing tot bewaring en dat er geen motiveringsgebrek is. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.