ECLI:NL:RVS:2015:3482
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag vreemdeling uit Sri Lanka
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 april 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris de motivering omtrent de risicofactoren, zoals de vergunningverlening in België aan vermeende familieleden en de littekens van de vreemdeling, deugdelijk heeft onderbouwd. Tevens concludeerde de Afdeling dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Sri Lanka een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.