ECLI:NL:RVS:2015:3487
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen bewaring
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de vreemdeling op 1 juli 2015 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het tijdsverloop tussen eerdere controles en de controle van 1 juli 2015 doorslaggevend achtte voor het ontbreken van een geobjectiveerd redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep opnieuw.
De vreemdeling had aangevoerd dat sprake was van ongeoorloofd onderscheid vanwege zijn Afrikaanse uiterlijk, maar dit werd verworpen omdat alle aanwezigen werden gecontroleerd. Verder stelde de vreemdeling dat de maatregel van bewaring onvoldoende gemotiveerd was en disproportioneel vanwege zijn persoonlijke omstandigheden. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de bewaring adequaat had gemotiveerd, met verwijzing naar relevante feiten en omstandigheden, en dat geen lichtere maatregel passend was.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 5 november 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.