ECLI:NL:RVS:2015:3489
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verlenging verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
De staatssecretaris heeft op 30 juli 2013 de aanvraag van de vreemdeling voor wijziging van de beperking en verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Het geschil betreft de vraag of de vreemdeling bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een afwijking van het beleid rechtvaardigen voor verlenging van zijn verblijfsvergunning onder medische gronden. Het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft geconstateerd dat de vreemdeling lijdt aan schizofrenie, een depressieve stoornis en een chronische leverontsteking, en dat behandeling in Gambia beschikbaar is. Mantelzorg wordt verleend door zijn zus, maar deze wordt niet als medisch noodzakelijk beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de mantelzorg en de complexe terugkeersituatie, maar de Raad van State stelt dat de vreemdeling niet voldoet aan de limitatief geformuleerde voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingencirculaire, en dat de mantelzorg en emotionele banden niet zodanig zijn dat zij de normale familiebanden overstijgen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.