ECLI:NL:RVS:2015:3490
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep en schadevergoeding
De vreemdeling werd op 2 juli 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is. De Afdeling stelde vast dat er een geobjectiveerd redelijk vermoeden was van illegaal verblijf en dat de duur van de ophouding niet onrechtmatig was verlengd. Ook was er geen sprake van ongeoorloofd onderscheid tijdens de controle.
Verder concludeerde de Afdeling dat de staatssecretaris de maatregel van bewaring voldoende had gemotiveerd, rekening houdend met de feiten en omstandigheden, en dat de staatssecretaris voortvarend had gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.