ECLI:NL:RVS:2015:35
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag wegens ontbreken zelfstandige woonruimte
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 24 mei 2012 de huurtoeslag over 2009 voor appellant definitief vast op nihil en vorderde terugbetaling van voorschotten. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant en haar vader op hetzelfde adres stonden ingeschreven in de GBA en appellant geen zelfstandige woning had aangetoond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met bewijsstukken waaruit zou blijken dat zij een zelfstandige woning bewoonde. De Raad van State overwoog dat de Belastingdienst in principe mag uitgaan van één zelfstandige woning per GBA-adres en dat het aan appellant is om bewijs te leveren van een zelfstandige woonruimte met eigen voorzieningen en toegang.
Omdat appellant geen huurcontract of andere bewijsstukken overlegde die dit aantonen en het pand slechts één badkamer had, concludeerde de Raad dat appellant geen aanspraak had op huurtoeslag. Ook het betoog over belangenverstrengeling en de vermeende overschrijding van de bevoegdheid van de rechtbank faalden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen huurtoeslag ontvangt wegens het ontbreken van een zelfstandige woonruimte.