ECLI:NL:RVS:2015:3516
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woning wegens aantreffen handelshoeveelheid harddrugs in Rotterdam
Bij besluit van 28 augustus 2013 heeft de burgemeester de woning van appellant in Rotterdam voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van een aanzienlijke handelshoeveelheid harddrugs, waaronder MDMA en amfetamine. De burgemeester handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat appellant wel belang heeft bij het beroep, omdat hij door de sluiting niet in de woning kon verblijven en dit grote gevolgen had voor hem en zijn minderjarige kinderen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt het beroep inhoudelijk.
De Afdeling bevestigt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de woning, omdat de aangetroffen hoeveelheid harddrugs ruimschoots de maximale hoeveelheid voor eigen gebruik overschrijdt en er sprake is van een handelshoeveelheid. De burgemeester heeft bovendien terecht rekening gehouden met de problematiek in de wijk Tussendijken en het belang van het woon- en leefklimaat. Ook is voldoende aandacht besteed aan de belangen van de kinderen, onder meer door het inschakelen van het Crisis Interventie Team.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De griffierechten voor het hoger beroep worden aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De sluiting van de woning wegens handelshoeveelheid harddrugs is rechtmatig en proportioneel, het beroep wordt ongegrond verklaard.