ECLI:NL:RVS:2015:353
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen-Maastricht: beoordeling planologische en milieurechtelijke aspecten
De raad van de gemeente Maastricht stelde op 18 februari 2014 het bestemmingsplan voor de aanleg van de tramlijn Vlaanderen-Maastricht vast. Diverse appellanten, waaronder bewoners, de Fietsersbond en La Bergère Hospitality Group, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil en beoordeelde onder meer de ontvankelijkheid van de beroepen, de onderbouwing van nut en noodzaak, de tracékeuze, verkeersveiligheid, trillingen, geluidhinder en de planologische uitvoerbaarheid.
De Afdeling oordeelde dat de beroepen van twee appellanten niet-ontvankelijk zijn vanwege het ontbreken van een zienswijze. De Fietsersbond werd in haar beroep ongegrond verklaard omdat haar belangen niet rechtstreeks door het besluit worden geraakt. De raad heeft beleidsvrijheid bij de beoordeling van nut en noodzaak en heeft zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het plan bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening en verbetering van de bereikbaarheid.
Ten aanzien van de tracékeuze en alternatieven concludeerde de Afdeling dat de raad de juiste afweging heeft gemaakt, waarbij technische belemmeringen en beleidsdoelen zijn meegewogen. De verkeersmodellen en onderzoeken zijn zorgvuldig opgesteld en verschillen verklaarbaar. Voor trillingen en laagfrequent geluid is een uitgebreid onderzoek verricht, waarbij mitigerende maatregelen zoals een floating slab constructie worden toegepast. Wel oordeelde de Afdeling dat de planregels omtrent trillingen en geluid onvoldoende duidelijkheid en waarborgen bevatten, waardoor het plan op die punten rechtsonzeker is. De raad wordt opgedragen deze gebreken binnen 16 weken te herstellen. Andere bezwaren over geluidhinder, verkeersveiligheid, privacy, parkeren en bereikbaarheid zijn niet gegrond verklaard.
De Afdeling benadrukt dat uitvoeringsaspecten, zoals de inrichting van wegen en bouwwerkzaamheden, niet in deze procedure aan de orde kunnen komen. De financiële uitvoerbaarheid is voldoende onderbouwd. De uitspraak sluit met een opdracht aan de raad om het besluit aan te passen en de partijen te informeren over de uitkomst.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen, maar de raad moet binnen 16 weken gebreken in de planregels over trillingen en geluid herstellen.