ECLI:NL:RVS:2015:3536
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake dwangsommen niet-tijdige besluitvorming handhavingsverzoeken
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om handhavingsverzoeken van appellant sub 1 tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug. Het college stelde dat het tijdig had beslist op de verzoeken, maar appellant sub 1 stelde dat dit niet het geval was en maakte bezwaar. De rechtbank oordeelde dat het college te laat had beslist en legde een dwangsom van €40,- op.
Het college stelde in incidenteel hoger beroep dat de brief van 9 augustus 2013, waarin vooraankondigingen van handhaving werden meegedeeld, tijdig was verzonden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat deze brief op 16 augustus 2013 was verzonden, maar dat deze brief geen besluit in de zin van de Awb bevatte. De brief was slechts een vooraankondiging en geen besluit op de handhavingsverzoeken.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de dwangsommen betrof en stelde de dwangsom vast op €2.520,- wegens het niet tijdig beslissen binnen de wettelijke termijn. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
De uitspraak benadrukt het belang van het juiste tijdstip van besluitvorming en de kwalificatie van communicatie als besluit of niet-besluit binnen bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De dwangsom wegens niet tijdig beslissen is vastgesteld op €2.520,00 en het hoger beroep van appellant sub 1 is gegrond verklaard.