ECLI:NL:RVS:2015:356
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake nadeelcompensatie na rioolwerkzaamheden en wateroverlast
Appellant heeft schade geleden door rioolwerkzaamheden in zijn woonwijk waarbij hemelwaterafvoer werd afgekoppeld, en vorderde nadeelcompensatie of schadevergoeding van de gemeente. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat artikel 7.14 van de Waterwet alleen ziet op schade door rechtmatige uitoefening van waterbeheer, terwijl de rioolwerkzaamheden onder rioolbeheer vallen en niet onder waterbeheer. Ook zijn de bepalingen van de Wet milieubeheer niet van toepassing omdat er geen beschikking of voorschrift is gegeven die schadevergoeding rechtvaardigt.
De Afdeling stelt vast dat het bezwaar tegen het collegebesluit ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het besluit over nadeelcompensatie als een besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt waartegen bezwaar openstaat. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het ziet op nadeelcompensatie en verklaart het bezwaar tegen het collegebesluit ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak bevestigt dat schadevergoeding op grond van de Waterwet en Wet milieubeheer strikt wordt beperkt tot schade veroorzaakt door waterbeheer en dat feitelijk handelen zonder wettelijke grondslag niet via bezwaar en beroep kan worden aangevochten.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, vernietiging vonnis voor nadeelcompensatie, bezwaar tegen collegebesluit ongegrond verklaard, college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.