ECLI:NL:RVS:2015:3570
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat overdracht aan Italië geen schending artikel 3 EVRM oplevert in asielprocedure
De staatssecretaris wees op 20 april 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde dat zij vanwege ernstige psychische klachten niet aan Italië mocht worden overgedragen, onderbouwd met medische rapportages en een rapport over de Italiaanse asielprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep. De Raad van State overwoog dat de vreemdeling sinds december 2014 psychische klachten heeft, maar dat dit een nieuw feit is dat in de eerdere procedure niet kon worden ingebracht. De staatssecretaris stelde dat er geen aanwijzingen zijn dat specialistische behandeling in Italië ontbreekt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De Raad van State concludeerde dat de medische situatie voldoende wordt gewaarborgd, mede door toezeggingen over medische gegevens en een vliegreisgeschiktheidsonderzoek. Er is geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht. Het hoger beroep is gegrond, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.