ECLI:NL:RVS:2015:3579
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde na drugsvonnis
De staatssecretaris heeft op 5 maart 2014 een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod uitgevaardigd tegen de vreemdeling, die bij vonnis van 12 februari 2014 is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 4 augustus 2014 wegens onvoldoende motivering van het gevaar voor de openbare orde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, evenals de vreemdeling incidenteel hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de toepasselijke wetsartikelen dit niet toestaan. Het Hof van Justitie heeft in een prejudiciële uitspraak van 11 juni 2015 het begrip 'gevaar voor de openbare orde' nader uitgelegd, waarbij een individuele beoordeling van de persoonlijke gedragingen vereist is.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris het terugkeerbesluit alsnog voldoende heeft gemotiveerd op basis van de aard en ernst van het gepleegde strafbare feit, de actuele aard van het gevaar en het ontbreken van concrete inspanningen van de vreemdeling om terug te keren. De schending van het verdedigingsbeginsel is niet van dien aard dat dit de uitkomst had kunnen veranderen.
Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wegens schending van artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen, omdat het gezinsleven niet is aangetoond en de staatssecretaris terecht geen nader onderzoek heeft verricht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het vernietigde besluit blijft in stand en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt het vernietigde terugkeerbesluit en inreisverbod en verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.