ECLI:NL:RVS:2015:3596
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet-naleving kassiersfunctie gastouderbureau
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 2 april 2013 het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2011 herzien en op nihil gesteld. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 7 januari 2015 opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de kassiersfunctie van het gastouderbureau zoals bedoeld in artikel 1.49, derde lid, sub b, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko). De Belastingdienst/Toeslagen stelde dat appellant niet aan deze kassiersfunctie had voldaan omdat hij niet alle kosten van gastouderopvang via het gastouderbureau aan de gastouder had betaald.
Appellant voerde aan dat hij niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor het niet voldoen aan de kassiersfunctie omdat hij niet op de hoogte was gesteld van wijzigingen in de Wko en vertrouwde op informatie van het gastouderbureau en de Belastingdienst. De Raad van State oordeelde echter dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om te voldoen aan de geldende voorwaarden en eventuele wijzigingen daarvan te controleren. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.