ECLI:NL:RVS:2015:3597
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij drie besluiten van 20 maart 2014 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid boetes op aan Personeelsdiensten, Betonboren-Sloopwerken en Asbestsaneringen wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Gelderland verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze boetes ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerden aan dat de boetes verder gematigd of op nihil gesteld moesten worden vanwege het ontbreken van verwijtbaarheid, het vertrouwen op een verklaring van het UWV Werkbedrijf en hun financiële situatie.
De Afdeling oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij voorafgaand aan de tewerkstelling van de vreemdeling de verklaring van het UWV en gegevens uit Suwinet hadden ingezien en erop hadden vertrouwd. Ook was er geen reden om de boetes verder te matigen vanwege financiële omstandigheden. Wel stelde de Afdeling vast dat de minister bij het opleggen van boetes aan Personeelsdiensten en Betonboren-Sloopwerken het boetenormbedrag van 2013 onredelijk had toegepast en hield zij de minister aan het boetenormbedrag van 2012.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de beroepen van Personeelsdiensten en Betonboren-Sloopwerken ongegrond verklaarde, vernietigde de ministeriële besluiten en stelde de boetes vast op respectievelijk € 2.000 en € 3.000. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boetes aan Personeelsdiensten en Betonboren-Sloopwerken worden vastgesteld op respectievelijk € 2.000 en € 3.000 en de ministeriële besluiten vernietigd.